Ton van Eenennaam moet niet aan degradatie denken: “De club, de stad, de supporters: het is alsof iedereen een stukje sterft.”

Ton van Eenennaam was van 1978 tot 1997 doelman bij NAC Breda. Hij speelde uiteindelijk 131 wedstrijden voor de club uit Brabant en beleefde zowel hooge- als dieptepunten. Hij denkt graag terug aan een wedstrijd in 1981. “Tegen Sparta, wat een happening was dat”, aldus Van Eenennaam in gesprek met BN DeStem. “Op een woensdagavond voor twintigduizend mensen in de Beatrixstraat. Louis van Gaal zat bij Sparta op de bank, als speler. We speelden om plek twee in de eredivisie.” Het elftal bestond destijds uit mannen als Ton Lokhoff, Martien van Vreijsen, Guus van der Borgt en Ton Cornelissen. Volgens Van Eenennaam had dat elftal iets bijzonders kunnen bereiken. ,,Vreijsen was halverwege de competitie naar FC Twente vertrokken en van Lokhoff was net bekend dat hij naar PSV zou gaan.” NAC duikelde van de vierde naar de elfde plaats. ,,Met dat team hadden we Europees voetbal kunnen halen.”  De doelman was tijdens het seizoen nog dicht bij een wedstrijd voor Oranje. “Ik kreeg een invitatie van de bond voor Nederland B voor de wedstrijd tegen Frankrijk. Piet Schrijvers was geblesseerd, Hans van Breukelen en Edward Metgod waren doorgeschoven naar het grote Oranje. Helaas heb ik niet gespeeld.” In 1985 degradeerde Van Eenennaam met NAC Breda voor de tweede keer in drie jaar tijd. Hij weet weet hoe vervelend dat is. “De club, de stad, de supporters: het is alsof iedereen een stukje sterft. De hele organisatie staat op z’n kop. Vrijdag zit ik in het stadion. Ik hoop dat we winnen en in de eredivisie blijven. Eerste divisie, ik moet er niet aan denken.” De oud-doelman ziet een groot verschil tussen zijn tijd en de huidige selectie: “Iedereen heeft het nu over NOAD. In onze tijd bestond dat woord niet. Het was ouwe-jongens-krentenbrood. Wij waren van de gestampte pot, gewoon doen.” Het was vroeger hard werken, maar dat was het allemaal waard: “Om acht uur begon ik bij een installatiebureau. Tot drie uur werken. Van vier tot zes trainen en dan thuis eten. Sportmaaltijd? Een biefstukje bij uitwedstrijden. Doordeweeks was ik soms om half twee thuis, geld was niet de drijfveer. Maandagavond uitlopen en daarna in het stadion samen met, de clubarts, de voorzitter en secretaris de sauna in, eten bij Bali en de stad in voor een biertje. Schitterende tijd.”

Bron: Fansite NAC Breda 1912 / BN DeStem

Wil je dit bericht delen ?
Dit bericht is geplaatst in clubnieuws. Bookmark de permalink.