Matthijs Manders: “In veel steden wordt NAC gezien als een club die het goed voor elkaar heeft met een trouwe achterban die passie uitstraalt. Het pure voetbal, een beetje Engels. Bier drinken en k.. roepen, daar draait het bij NAC om.”

Matthijs Manders begint op 1 juni als algemeen directeur bij NAC Breda. De nieuwe directeur vertelt in gesprek met BN DeStem waar het bij zijn nieuwe werkgever volgens hem om draait. “NAC is van iedereen in Breda, de club is niet niveau- of wijkgebonden. Als je in Breda woont, hou je van NAC”, aldus Manders, die onlangs vertrok als directeur van de Eredivisie CV. Volgens Manders is NAC bij de inwoners van Breda en omstreken onderdeel van het sociale leven. “In veel steden wordt NAC gezien als een club die het goed voor elkaar heeft met een trouwe achterban die passie uitstraalt. Het pure voetbal, een beetje Engels. Bier drinken en k.. roepen, daar draait het bij NAC om”, zo vertelt hij in het regionale dagblad. “Het is misschien wat gecultiveerd, maar wel grappig dat de derde en vierde generatie het overneemt.” Manders denkt goed te weten wat er leeft bij de achterban. “Ze vinden het namelijk onacceptabel dat er cheerleaders op het veld komen of een tune van Hornbach wordt afgespeeld. Waar komt dat vandaan?”, vraagt hij zich af. “Want die gasten komen uit een maatschappij waar het draait om TikTok, Snapchat en meer van dat soort social media. Maar als ze in deze tempel komen, is het allemaal oldskool terwijl ze thuis weer in dat andere patroon vervallen. De NAC-supporter is kritisch en heel veel mag hier niet ben ik al achter. Geen mascotte, geen jingles, van de LED boarding moet je eigenlijk vanaf blijven. Liever geen schermen. Maar ja, we moeten wel geld verdienen.” Manders was 3,5 jaar directeur bij ADO Den Haag en koos in 2019 voor een dienstverband als directeur bij de ECV. Nog geen twaalf maanden na zijn aanstelling, heeft hij de ECV verlaten. “Ik heb lang nagedacht over die functie, maar blijkbaar niet lang genoeg. Dat had ik al snel in de gaten”, reageert hij op de vraag hoe het komt dat hij al zo snel is vertrokken. “Ik zat in een prachtige statige villa in Zeist met reeën die door de tuin liepen, maar er gebeurde voor mijn gevoel te weinig. Je staat te ver van het echte vuur af.” De nieuwe NAC-directeur zegt een clubman te zijn. “De dynamiek, hectiek, spanning, stress die erbij hoort, heb je niet in Zeist. Dat miste ik”, aldus Manders, die snapt dat hij zichzelf zal moeten bewijzen in Breda. “Mensen zullen sceptisch zijn en niet direct uit mijn hand eten. Directeur nummer 324 in zes jaar tijd. Zo van: We gaan het wel weer zien. Aan mij, aan ons, om ervoor te zorgen dat NAC eindelijk in rustig vaarwater terechtkomt.”

Bron: NAC Breda 1912 / BN DeStem

Wil je dit bericht delen ?
Dit bericht is geplaatst in clubnieuws. Bookmark de permalink.